Op 3 februari 2026 is een kort geding vonnis van 7 oktober 2025 van de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag gepubliceerd over een geschil tussen franchisenemers en een franchisegever van een franchiseorganisatie in uitzendbureaus in de zorgbranche.
Franchisenemers met zorg uitzendbureaus voeren kort geding procedure tegen de franchisegever
De franchisenemers van een franchiseorganisatie in de zorg uitzendbranche hebben reeds meerdere rechtszaken gevoerd tegen de franchisegever. Dit is de volgende kwestie in een reeks rechtszaken.
De franchisenemers vorderen, kort gezegd, een verbod om het vergoedingenstelstel binnen de franchiseovereenkomst te wijzigen. De Voorzieningenrechter oordeelt dat het instemmingsrecht in casu niet van toepassing is. Dit omdat de door de franchisegever voorgestelde wijzigingen gelden voor de bij afloop van de huidige aflopende franchiseovereenkomst nieuw aan te bieden franchiseovereenkomst.
Deze uitspraak is in het bijzonder interessant voor franchisegevers en franchisenemers van franchiseorganisaties waar herstructering van het vergoedingenstelsel en/of introductie van een nieuwe franchiseovereenkomst actueel is.
In casu: geen wijzigingsvoorstel voor de lopende franchise-overeenkomst, maar voor een nieuwe franchise-overeenkomst die volgt op het aflopende contract
Wat deze zaak anders maakt dan veel andere franchise geschillen is dat de franchisenemers één of meerdere malen een addendum hebben getekend met de afspraak dat de franchiseovereenkomst voor een relatief korte bepaalde tijd doorloopt (in plaats van een verlenging met enkele jaren of een verlenging voor onbepaalde tijd) en dat na afloop van die korte bepaalde tijd de franchiseovereenkomst van rechtswege eindigt. Dit blijkt de franchisenemers uiteindelijk op te breken. De franchisenemers van deze casus hadden er wellicht verstandiger aan gedaan om het addendum niet te ondertekenen, maar zullen op het moment dat zij de handtekening plaatsten mogelijk een andere goede reden hebben gehad om toch tot ondertekening over te gaan.
De franchisenemers vorderen dat het de franchisegever wordt verboden om het door franchisegever nieuw bedachte vergoedingenstelsel binnen de franchiseovereenkomst te wijzigen zolang zij daar niet mee hebben ingestemd.
De Voorzieningenrechter oordeelt dat het instemmingsrecht van artikel 7:921 BW Wet Franchise van toepassing is bij een wijziging in een lopende franchiseovereenkomsten. Daarvan is volgens de Voorzieningenrechter geen sprake in het onderhavige geval van de aflopende franchiseovereenkomsten (waarbij in addenda is vastgelegd dat die eindigen van rechtswege). De franchisegever stelt namelijk geen wijziging voor in de huidige lopende franchiseovereenkomsten, maar heeft wijzigingen opgenomen in de nieuwe versie franchiseovereenkomst.
Volgens de Voorzieningenrechter zien de wijzigingen die de franchisegever in deze situatie beoogt alleen op een mogelijk te sluiten nieuwe franchiseovereenkomst die volgt op de aflopende franchiseovereenkomst, maar niet ook op wijzing van de voorwaarden van de met de franchisenemers lopende franchiseovereenkomsten. Omdat de lopende franchiseovereenkomsten door de wijzigingsvoorstellen van de franchisegever niet worden geraakt, is het instemmingsrecht van artikel 7:921 BW Wet Franchise niet van toepassing, aldus de Voorzieningenrechter.
Nieuwe versie franchiseovereenkomst kan onaanvaardbaar zijn
De Voorzieningenrechter schetst ten slotte nog een maatstaf waardoor voor de franchisegever de bevoegdheid om wijzigingen door te voeren in een nieuwe versie franchiseovereenkomst wel degelijk zou kunnen worden begrensd. Want de door een franchisegever voorgestelde aanpassingen van het vergoedingenstelstel in een nieuwe versie franchiseovereenkomst kunnen in een concreet geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid wel onaanvaardbaar zijn, aldus de Voorzieningenrechter. Namelijk indien de impact van de wijzigingsvoorstellen van de nieuwe versie franchiseovereenkomst zo groot zou zijn dat geen enkele franchisenemer na de invoering daarvan nog een winstgevend resultaat zal behalen. Hetgeen volgens de Voorzieningenrechter in onderhavige casus evenwel niet aannemelijk is geworden.
Tot slot
In de advocatenpraktijk van De Franchise Advocaat worden vele franchisegevers en franchisenemers juridisch ondersteund met vragen over de Wet Franchise en interpretatie en uitleg daarvan. Onder meer over kwesties betreffende reorganisaties van franchiseformules en het implementeren van een nieuwe versie franchiseovereenkomst. Heb je hier een vraag over, neem dan gerust contact op met franchiseadvocaat Jorg van de Peppel.
Lees de gehele uitspraak hier:

